Overslaan naar de hoofd content

Buurtalen

Duits en Frans in de wereld

Economie
* De Factsheet Internationale handel van het CBS laat zien dat Duitsland de belangrijkste handelspartner van Nederland is. België (deels Franstalig!) komt op de tweede plaats en Frankrijk staat op nummer vier.

* De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland publiceert op www.rvo.nl uitgebreide overzichten van de handel met Duitsland en Frankrijk.

* Dit document van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen toont op basis van recente im- en exportcijfers aan dat Duits, Engels en Frans de talen zijn die voor Nederland in economisch opzicht het meest belangrijk zijn.

* De handel met Frankrijk kent een omzet van circa 40 miljard euro per jaar. Meer dan 17.000 bedrijven, waaronder veel mkb, exporteren naar Frankrijk. Nederland is de zevende afzetmarkt voor de Franse export. In Nederland zijn circa 400 dochterondernemingen van Franse bedrijven gevestigd. Bron: www.franszelfsprekend.nl

* De blijvende aantrekkingskracht van Frankrijk als investeringsland wordt op de website van de Franse ambassade cijfermatig onderbouwd onder de noemer ’10 cijfers die aantonen dat Frankrijk zijn charme niet heeft verloren’. Zie nl.ambafrance.org

* Door gebrekkige kennis van het Frans loopt het Nederlands bedrijfsleven jaarlijks zeven miljard euro aan export naar Frankrijk mis. Deze conclusie trok de Fenedex, de Federatie van Nederlandse Exporteurs, in 2006 uit een onderzoek. Bron: managementsupport.nl

* Uit onderzoek van vacaturesite magnet.me blijkt dat Nederlandse studenten relatief veel talen spreken (gemiddeld 3 in het WO en 2 in het HBO). Uit de analyse van vacatures blijkt dat het spreken van meerdere talen een duidelijke meerwaarde heeft op de arbeidsmarkt.

Toerisme
* Frankrijk is onder Nederlanders het populairste vakantieland. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek bracht bijna 20 procent van de Nederlanders de zomervakantie van 2015 daar door. Frankrijk was goed voor 1,8 miljoen vakanties. Daarna volgde Duitsland met 1,3 miljoen vakanties. Bron: De Volkskrant

* Het aantal buitenlandse toeristen in Nederland is in 2017 met 11 procent gestegen. De meeste toeristen komen uit Duitsland en België. Bron: nu.nl

Politiek en beleid

* In het kader van de bevordering van mobiliteit en intercultureel begrip heeft de Europese Unie het leren van talen aangewezen als een belangrijke prioriteit. Meertaligheid speelt volgens de EU een belangrijke rol in het Europese concurrentievermogen. In Europa is daarom afgesproken dat iedere Europese burger naast zijn moedertaal minimaal twee vreemde talen leert beheersen.

* In september 2018 publiceerde de Adviesraad Internationale Vraagstukken op verzoek van de Tweede Kamer het rapport Coalitievorming na de Brexit. Allianties voor een Europese Unie die moderniseert en beschermt. Hierin wordt gepleit voor nauwere samenwerking met Duitsland en Frankrijk.

* de discussie rondom het nieuwe schoolcurriculum in po en vo (curriculum.nu) heeft de Tweede Kamer in 2015 een motie aangenomen waarin gepleit wordt voor het behoud van een verplichte tweede moderne vreemde taal in het curriculum en opgeroepen wordt om in het onderwijs meer oog te hebben voor de grenstalen.

* In de zomer van 2018 stuurde onderwijsminister Van Engelshoven haar kamerbrief internationalisering aan de Tweede Kamer. Op aandringen van de MBO Raad, SBB, Job en Nuffic heeft naast het hoger onderwijs ook het middelbaar beroepsonderwijs daarin een plaats gekregen.

* Ter ondersteuning van grensoverschrijdende samenwerking heeft de Europese Unie het subsidieprogramma INTERREG in het leven geroepen. In de Duits-Nederlandse grensregio worden diverse projecten op het gebied van taalonderwijs en cultuur financieel ondersteund. Meer info: www.deutschland-nederland.eu

* Begin 2018 presenteerde de KNAW het rapport†Talen voor Nederland. Het is een pleidooi voor een samenhangend en verstandig taalbeleid. Volgens het rapport is het belangrijk verder te kijken dan het Engels en beter gebruik te maken van aanwezige talenkennis: ‘Een meertalig competente bevolking met kennis van andere culturen is beter voorbereid op de uitdagingen vande moderne wereld’.

* Het aantal leerlingen dat Frans en Duits als examenvak kiest is de afgelopen decennia flink gedaald, al is de laatste jaren een kentering te zien. Een onderzoeksrapport van het Duitsland Instituut biedt op basis van cijfers van het CITO inzicht in de aantallen examenkandidaten voor alle moderne vreemde talen tussen 2000 en 2016.

* Volgens docenten Frans hebben het lage aantal contacturen en de zware weging van leesvaardigheid in het eindexamencijfer een negatief effect op de taalvaardigheid van hun leerlingen (meer info). De Vereniging van leraren in Levende Talen én de sectie Frans hanteert een advies lessentabel van minimaal 3 uur per week. Ook pleit zij voor een andere opzet van het centraal schriftelijk examen.

* Het onderwijs in Duits en Frans staat het meest onder druk in het beroepsonderwijs. Slechts zes procent van de vmbo-leerlingen doet examen in Frans, nog geen kwart kiest Duits. Dat werkt door in het mbo, waar deze talen uit veel opleidingen zijn verdwenen. In Levende Talen Magazine verscheen in 2012 een somber artikel over de positie van Frans in het mbo. Inmiddels is de situatie verder verslechterd.

* Volgens socioloog Rineke van Daalen is talenonderwijs juist in het beroepsonderwijs van groot belang, vanwege de toenemende internationalisering. Een groeiend aantal studenten loopt stage in het buitenland of neemt deel aan uitwisselingsprojecten en in hun toekomstige beroep zullen zij met meerdere talen te maken krijgen.

* Uit bezorgdheid over de dreigende teloorgang van het academische talenonderwijs hebben de Nederlandse universiteiten begin 2018 een Nationaal Platform voor de Talen opgericht. Dit platform heeft in november 2019 een Actieplan voor de talenstudies aan het ministerie van OCW aangeboden.