Overslaan naar de hoofd content

Buurtalen

door Marika Beier en Kees van Eunen – 3 oktober 2024

Kortgeleden werd bekend dat de Universiteit Utrecht in de komende periode zes studies wil sluiten: Duits, Frans, Italiaans, Keltisch, Islam en Arabisch en Religiewetenschappen. Ook in Leiden wordt al nagedacht over snijden in de talenopleidingen. Men beroept zich daarbij gemakshalve op de aangekondigde bezuinigingen op het hoger en universitaire onderwijs. Oftewel – de schuld ligt dan buiten de universiteiten. Zo simpel is het natuurlijk niet. Ook na de bezuinigingen kan een universiteit besluiten om kleine studies in de lucht te houden en daarvoor wat geld te reserveren uit de winst van grote opleidingen. Volgens het motto samen uit – samen thuis. Anders gezegd – als er serieus de wil is om een verlieslatende studie overeind te houden, dan is daarvoor altijd een weg te vinden binnen de financiële mogelijkheden van een universiteit. Voor de hogescholen is dat zeker ook het geval.

De voorgenomen sluiting van de talenstudies Duits en Frans komt hard aan bij de beroepsgroep in het hele land. Na het lerarentekort voor deze vakken begint nu een kaalslag aan de universiteiten. In plaats van te investeren in de toekomst van de talenstudies, worden deze opleidingen uit het programma gehaald.

Hierdoor zijn uiteindelijk de Nederlandse scholen de dupe, maar ook bedrijven die handelsbetrekkingen hebben met Duits- en Franstalige landen zullen straks moeite hebben om goed geschoold personeel te vinden dat kan communiceren met mensen uit die landen.

Het is al jaren een probleem om aan leraren in het voortgezet en hoger onderwijs te komen, die met passie hun kennis willen overdragen aan de nieuwe generatie. Bij een talenstudie gaat het immers niet alleen om woordjes leren en grammaticaregels, maar vooral om communicatie en cultuurbewustzijn. In de communicatie met mensen om ons heen gebruiken we verschillende registers – zowel informeel als formeel – zodat we niet alleen succesvol zijn in wat we beroepsmatig doen, maar ook relaties op persoonlijk vlak kunnen onderhouden. Taalbarrières zijn dan vervelend en vormen struikelblokken in de interactie. Van oudsher zijn Nederlanders bekend om hun wereldwijsheid en handelsgeest; over het algemeen schrikken ze niet terug voor talige uitdagingen. Duits en Frans hebben decennialang in het voortgezet onderwijs de basis gelegd voor menig succesvolle handelaar, werknemer of ondernemer. Dit is nu niet meer vanzelfsprekend! Bevlogen docenten, die veel weten over de Duitse c.q. Franse taal, cultuur en literatuur, maar ook ervaring hebben in het beroepsleven in Europa, zijn noodzakelijk om deze kennis over te brengen.

Kijk je om je heen in Europa en de wereld, dan zie je dat er veel misgaat op het gebied van communicatie en samenwerking. De vraag is: willen wij door het sluiten van de talenopleidingen hieraan bijdragen en een wereld creëren waarin alleen nog maar in het Engels wordt gecommuniceerd? In de verwachting dat iedereen dat net zo makkelijk kan als wij? Of blijven we nieuwsgierig naar andere talen en culturen? Dat vereist een open houding, empathisch vermogen en tolerantie: interculturele competenties waarvan we zeggen dat ze vanzelfsprekend zijn, maar die dat zonder enige kennis van taal en cultuur niet zijn.

Docenten Duits en Frans zijn in staat om deze competenties aan jongere generaties door te geven. Leerlingen en studenten ontwikkelen hierdoor hun zelfredzaamheid en internationale oriëntatie. Mensen in het hele land zullen zich sterk moeten maken tegen deze versobering van het onderwijs, een ontwikkeling die helaas langer aan de gang is en die is versterkt met de vorming van de nieuwe regering. In bijna alle regeringsprogramma’s voor de verkiezingen in november 2023 is onderwijs ergens onderaan de lijst beland. Hieruit blijkt dat er andere prioriteiten zijn, wat nu pijnlijk duidelijk wordt in het huidige beleid van de regeringscoalitie.

Op scholen waar nu geen docenten Duits en/of Frans meer zijn, wordt het vak simpelweg afgeschaft. Dit is jammer en onnodig. Scholen die momenteel geen Duits of Frans kunnen aanbieden, zouden moeten kijken of de vakken wel gegeven worden door omliggende scholen, zodat hun leerlingen zich wellicht kunnen aansluiten. Dit idee is al langer bekend, maar wordt zelden toegepast. In ons land zijn er veel alerte, visionaire en bevlogen schoolleiders en decanen die zich bewust zijn van het belang van de talen van onze buurlanden. Zij kunnen het verschil maken door deze talen aan te bieden. Bovendien is het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2022) hierover nog steeds duidelijk: voor het vmbo moet naast het Engels minimaal één moderne vreemde taal worden aangeboden, dat is Frans of Duits, en als het kan mag de leerling één van deze talen vervangen door Spaans, Arabisch of Turks. Voor het vwo en de havo moeten er twee moderne vreemde talen naast het Engels geleerd worden: Frans en Duits. En ook hier is er keuze uit een andere taal als de leerling Frans of Duits wil vervangen door Spaans, Russisch, Italiaans, Arabisch, Turks of Chinees (alleen vwo).

De Visiegroep Buurtalen is al geruime tijd bezig met een pleidooi voor Duits en Frans en tegen de versobering van het onderwijs. Frans en Duits worden over de hele wereld gesproken, en voor degenen die deze talen leren, openen ze deuren en harten. Dat is de kracht van taal!

Bronnen:

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2022, 15 september). Welke vreemde talen krijg ik in de onderbouw van het voortgezet onderwijs? Rijksoverheid.nl. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/voortgezet-onderwijs/vraag-en-antwoord/vreemde-talen-onderbouw-voortgezet-onderwijs#:~:text=Verplichte%20vreemde%20talen%20in%20onderbouw,%C3%A9n%20Duits%20aan%20te%20bieden